Ik ben ook te rechtlijnig, ik dacht vooral in zwart en wit, zo typeerde Kees van Loon mij later perfect toen ik afscheid nam als bestuurslid, tig jaar later, waarbij ik de dikke duim kreeg uitgereikt. Als voorzitter moet je kunnen polderen en polderen, dat kan ik wel, ik moet in mijn werk ook dikwijls genoeg tot 10 tellen, maar in mijn vrije tijd wil ik dat niet doen en daarom ben ik dan maar ene moeilijke mens, dat neem ik maar op de koop toe. Laat mij maar doen en laat Wilfried en zijn voorgangers maar Willemen. Met bijna alle markten binnen de vereniging heb ik me in het verleden beziggehouden en veel wel en wee gevoeld en mee mogen en moeten maken.

Wel en wee
Ik was voorzitter van de technische commissie (Jelle succes met de automatische zorgen die in de nieuwe commissie op je af gaan komen), toen ik ’s nachts om 3 uur uit bed werd gebeld, vanuit het café met de mededeling dat X de andere morgen om 10.00 uur niet zou gaan spelen in Terneuzen, als Y mee zou doen; wat een emotie binnen het team, wat een verdriet. Of het pijnlijke incident waarbij ik weer ’s nachts vanuit het café werd gebeld met de mededeling dat het hele team zou opstappen als de technische commissie en het bestuur niet de teamsamenstelling zou wijzigen conform het dreigement vanuit het café. Wat een verdriet, wat een beschadiging van spelers.

(Voor mijn huidige jonge teammaatjes…: “er zijn toen veel kastanjes uit het vuur gehaald voor anderen”, maar dat deed je graag, je wilde de groep bijeen houden, die verantwoordelijkheden heb je als bestuurs- en commissieleden; het is niet alleen maar hosanna binnen een vereniging en daar wordt dikwijls veel te gemakkelijk over gedacht. Zo is het in al die 50 jaar Flying Shuttle geweest en zo zal het blijven).

Er was een moment in de geschiedenis (weer een anekdote) waar wel en wee heel dicht bijeen kwamen. De vereniging heeft in de loop der jaren vanaf 1980, om de twee jaar bijna, de bekende badmintonmarathon georganiseerd. 24 uur badmintonnen (met onderbrekingen natuurlijk); het festijn heeft een grote ontwikkeling doorgemaakt van badminton evenement met als gedenkwaardigheden “1 meter bier voor diegene die als eerste een tegenstander op 0 punten houdt” en de tijgervelletjesoutfit aan de bar van de appetijtelijke Paula van Schaik c.s. tot de perfecte demonstratie van de Nederlandse top sumoworstelaars. Bij deze gelegenheid moest, tot grote hilariteit van een bomvolle sporthal scharminkeltje Onno de string aan, met daarin een ijzeren band, die op het lijfje van Onno nog geen enkel houvast had en je had hem moeten zien jammeren. Wel en wee in een shot: aan de ene kant het van pijn vertrokken gezicht van Onno toen Ying (de worstelaars traden in die tijd ook op in een Veronica programma en werden daar Ying en Yang genoemd) met zijn bijna 190 kg. massa Onno met een hand aan de ijzeren stringband optilde en aan de andere kant die honderden enthousiaste bezoekers die gierden van het lachen.

Als je zo lang lid bent van een vereniging, zoals Lonny en ik dat inmiddels zijn, dan passeert er een heel geschiedenisboek; wij hebben niet meer de “romantische tijd” meegemaakt zoals die zich afgespeeld moet hebben in de eerste jaren, de opbloeiende en dikwijls ook weer uiteenvallende liefdes, de vriendschappen met gezamenlijke vakanties met o.a. de anekdote dat (ons inmiddels nieuwe lid) Fons Broekhoven met zijn (badminton)vriend Peter Kooij, samen voor het eerst op vakantie ging met een oude eend, op naar Noorwegen. Daar moesten zij achteruit met de eend de helling op, omdat het beestje vooruit de power daarvoor niet had; het was de tijd van de schriftjes waarin de verslagen van vergaderingen werden gemaakt en afgetekend door voorzitter en secretaris. Wij zijn van de tijd (wij zijn lid sinds 1980) van de typemachines en de eerste computertjes; de charme van de kneuterigheid en de romantiek was voorbij; daarvoor kwamen wel de marathons en de hoogtestages van oud-leden Wim en Gerrie en de nog actieve leden Mat en Emilie.

En nu, anno 2008, knippen en plakken we alles via de computer aan elkaar, kunnen maandenlang back-packen in Nieuw Zeeland volgen van minuut tot minuut, kunnen communiceren met elk eind van de wereld, probleemloos doen aan geschiedvervalsing en bijna elke droom waar maken.

Als je maar lang genoeg lid blijft, dan zie je in de loop der jaren honderden mensen lid worden en vertrekken; je komt in de stad, in de winkels bijna altijd en overal mensen tegen die op de vereniging zijn geweest, training hebben gehad en dan is het geweldig om te zien hoe mensen veranderen, ouder, wijzer, milder, minder puber, aardiger, gewoon volwassen worden en hun draai in het leven hebben gewonden.

Je maakt van nabij de enorme vlucht mee die de vereniging in haar topjaren kende tot maar liefst een ledenaantal van 350 leden; dat was toen ook aanleiding om te dromen over, nee zelfs serieuze plannen te maken voor het realiseren van een eigen hal. Hadden we toen maar De Zeeland gekocht, met een tennispark daaromheen aangelegd, anticiperend op de ontwikkeling van De Plaat en de Auvergnepolder, dan waren we nu “spekkoper” geweest (weer iets voor Kees om op te zoeken). En daarna voelde je weer het wegglijden van het ledenaantal door vooral de landelijke trend waarbij mensen meer individueel en op eigen tijd willen gaan sporten, als ze trouwens nog gaan sporten. Veel mensen bewegen nauwelijks meer of het moet zijn op en neer tussen de bank en de computer.

Nu stabiliseert het ledenaantal gelukkig weer een aantal jaren vooral door de inspanningen van het bestuur en de verschillende commissies en ook door het feit dat de prestaties van de hogere teams een aanzuigende werking hebben op leden die op een bepaald niveau willen komen spelen.

The Flying Shuttle ’57 is meer dan een club

In ieder geval voelt dat voor ons zo; voor ons (ons gezinnetje) is het bijna een familie, een familie waar je graag bij wilt horen. Door het overlijden van onze dochter Monique op 11 mei 2004, die opgevoed en opgegroeid is in sporthal Gageldonk, mede door de trainingen van Riet Withagen en Koos den Hollander, hebben wij aan den lijve mogen ervaren hoe attent veel van de leden zijn, hoe aardig en meelevend en daardoor een steun zijn voor leden van de club die op verdriet zijn gestuit.

In al die jaren hebben veel leden van de vereniging al heel wat verdriet meegemaakt, direct in het gezin, bij vrienden, bij oud leden e.a. Lees het lijstje uit het artikel van voorzitter Wilfried in het laatste nummer van het clubblad er nog maar eens op na en dan is dat lijstje jammer genoeg nog niet eens compleet. “Elk huis heeft zijn kruis” (weer eentje voor Kees om op te zoeken); in elk gezin gebeurt er erg genoeg wel eens iets verschrikkelijks, zo lijkt het.
Ik hoop dat daar waar iemand iets heel vervelends overkomt, wij attent blijven op het medelid en die ook durven en willen aanspreken, even een schop onder de kont of een schouderklopje als attentie willen geven, dan blijft het gevoel dat onze club meer is dan een club; een club waar er oog is voor het wel en wee van de leden, ook al mag het beeld naar buiten soms nog steeds anders overkomen.

Het gouden jubileumjaar 2007
2007 stond voortdurend in het teken van ons jubileumjaar, met bij de verschillende evenementen even een extra gouden kleurtje, even extra aandacht. De serie artikelen van de oud voorzitters en de huidige regisseur, mijnheer Willemen, hebben een mooi stukje geschiedschrijving opgeleverd en verder heeft het feit dat Kees in staat bleek de website goed actueel te kunnen houden met artikelen, fotoreportages van Reinier en kopieën van de terugblikken op activiteiten via het weekblad De Bergse Bode geven samen een mooi beeld van de daadkracht van de vereniging in 50 jaar The Flying Shuttle ’57 en ook al weer in het 51e.

Er heeft tijdens het hoogtepunt van het jubileumweekeinde in De Luchtballon al eens iemand het gewaagd om zich – godsonmogelijk, maar hij probeerde het – te verplaatsen naar het moment dat het 100 jarig bestaan van de vereniging werd gevierd (toevallig weer in de Luchtballon)… Ook al wilde hij wel dondersgauw afdalen naar het heden, want er moet nog zoveel gaan gebeuren… in het 52e, 53e en ga zomaar door levensjaar van The Flying Shuttle ’57.

En gelijk had hij; wie had 50 jaar geleden kunnen voorzien wat hij/zijzelf (voor hen die dat kunnen zeggen) en de vereniging in 50 jaar hebben opgeleefd, beleefd en meegemaakt? Laten we maar gewoon leven bij de dag, blijven genieten van wat we hebben, ons beste beentje voor blijven zetten en mee blijven doen, erbij willen blijven.

Ik wil het graag blijven proberen.