Het kleine groepje nieuwe leden, waartoe ondergetekenden behoorden, leerden de beginselen van badminton van dhr. Stuart, Martien van Broekhoven en Tony van Dalm. De spelregels hadden we nog maar net onder de knie en toch eindigde de club in de competitie op een gedeelde tweede plaats. Toen ontstond de situatie dat het kleine groepje nieuwe leden de fakkel moest over nemen. Dat lukte redelijk, mede dank zij de steun van kapelaan Berende. Er waren net genoeg leden om twee teams samen te stellen.

Voorzitter en secretaris waren amper 16 jaar en muntten meer uit in enthousiasme voor het spel, dan in een goed bestuur. Op zeker moment moest de voorzitter bij gebrek aan een penningmeester met een kwitantieboekje de deuren langs om contributie op te halen. Toch werden meer leden geworven en het intieme zaaltje van de Pius X-school werd verlaten. We namen onze intrek in de bakermat van onze aartsrivaal: The Happy Smashers (1965). Iedere zondag reden we sindsdien met twintig leden op het fietsje naar de Wittenhorst in Halsteren: een lage zaal met een gladde houten vloer. Maar er waren wel drie banen. Dus eindelijk waren er geen problemen meer om ieder voor de betaalde contributie voldoende baanuren te geven.

Doordat we de eigenaardigheden van de zaal goed leerden uitbuiten, konden we niet alleen de competitie winnen, maar voor het eerst werd uiteindelijk ook het generatieconflict met The Happy Smashers in ons voordeel beslecht. Met veel support lukte het in 1967 de zaal van de gloednieuwe hal aan de Meeussenstraat te betrekken. Het had veel moeite gekost om wethouder Van Heyst ervan te overtuigen dat ons clubje in Bergen op Zoom hoorde te spelen.

Badminton was in Nederland wel een beetje in opkomst, maar de ambtenaren Sport hadden er nog niet veel kaas van gegeten. De netten hingen over steunpaaltjes en moesten dan met gewichtjes strak gehouden worden. Handig voor het laag serveren, maar moeilijk voor netballen naar de zijkant. Dropshots in het midden was iets heel anders dan aan de zijkant, waar het net zeker 10 cm hoger hing.

In die tijd ging The Flying Shuttle steeds meer op een echte vereniging lijken. Er kwamen jeugdleden, de kwaliteit van het bestuur werd beter en de kwaliteit van het spel verbeterde aanzienlijk door de trainingen van Bob Saliha. Het ledental groeide naar de veertig en competities werden gewonnen. Spelers behaalden successen op de grote toernooien in Eindhoven en Den Bosch en stroomden door naar de B- en A-klasse. De basis was gelegd. Zoals de vriendenclub in 1962 Bergen verliet, zo vloog in 1967 en 1968 de tweede generatie uit naar verre oorden, waarna Willem van de Neut, Gerard Janssen en Johan van Eekelen erin zouden slagen om The Flying Shuttle ’57 op te stuwen in de vaart der volken.

De herinneringen aan de eerste tien jaar koesteren we als kostbare kleinoden. Er was zowel spanning als plezier. Het waren de roerige zestiger jaren met de Cubacrisis, de Vietnamoorlog, met de Beatles, Stones en Dylan. De double speelde je voor eeuwig met je vriend en natuurlijk was je verliefd op het meisje waarmee je de mixed double speelde.

Voor belangrijke wedstrijden, zoals tegen Robad, of voor belangrijke toernooien trainden we drie keer in de week in een zaal en oefenden we eindeloos onze backhand op straat. Huiswerk en andere verplichtingen werden schromelijk verwaarloosd. Ouders reden ons naar het Goirke in Tilburg, naar Made of naar Avanti in Middelburg en waren onze beste supporters.

Dan waren er de districtsvergaderingen onder leiding van dhr. Brand in een smoezelig en rokerig zaaltje in een hotel tegenover het station in Tilburg. Brand zorgde voor harmonieuze verhoudingen tussen grote clubs, zoals Ragazzi uit Tilburg, BC Eindhoven, enz. Hij maakte van Brabant een vooraanstaande badmintonprovincie. Na een vergadering misten we de juiste trein en we moesten van Roosendaal naar Bergen op Zoom teruglopen…

Ergens midden in de jaren zestig hebben we samen met The Happy Smashers een heus Brabants toernooi georganiseerd in de voormalige veilinghal (10 banen). Brabantse topspelers speelden met ons op trottoirtegels! We zien nog op ons netvlies die uiteengevallen piano op het plantsoen in de Populierlaan: het resultaat van een toegestane, maar wat onbeholpen poging om het ding uit de Pius X-zaal mee te verhuizen.

Er waren ieder jaar Bergse kampioenschappen en clubkampioenschappen en traditioneel waren de uitbundige feesten na afloop van het verenigingsjaar. Die waren er de oorzaak van dat de contributie het daaropvolgende seizoen moest worden verhoogd.

Onze herinneringen worden vooral getekend door de gezichten die tevoorschijn komen. Hennie, Carrie en Martin Venzelaar, Lody, Henny, Henk en Wilma de Haas, Helma, Anneke en Elly Kuipers, Marga en Leo van de Beemt, Gemma Leek, Bob en Remy Saliha, Peter Kooy, Piet Oerlemans, Tony van Dalm, Dick Mulder, Ben Nootenboom en zoveel anderen waarvan de namen ons ontschoten zijn. Wat een leuke tijd met fantastische clubgenoten! Zij vormden de basis van wat nu een geweldige vereniging is geworden. Als u ze kent of tegenkomt, zeg hen dan dat erelidmaatschap nog niet was ingevoerd tijdens ons bewind. Maar zij zijn en blijven voor ons een ere-herinnering.

Fons Broekhoven en Wim Smout
voorzitters in de periode 1961 – 1968