Dat blijkt uit een discussiestuk dat het college van burgemeester en wethouders deze week stuurde aan de gemeenteraad.

“Het is duidelijk dat ook de sport niet zal ontkomen aan ombuigingen”, zegt wethouder Maarten van Eekelen in een toelichting. Behalve de financiële nood ziet hij andere redenen om het sportbeleid aan te passen. “Steeds meer mensen bewegen niet meer in wedstrijd- en verenigingsverband maar individueel. Ze hardlopen of fitnessen.”

Ook de vergrijzing speelt een rol, schrijven B en W, net zoals de voorspelde krimp van de bevolking. De gemeente wil voorkomen dat dure accommodaties straks leeg staan omdat er simpelweg niet genoeg sportbeoefenaars meer zijn. Efficiënter gebruik van bestaande voorzieningen is volgens het gemeentebestuur noodzakelijk. Wat voetbal betreft is één club per sportpark het ideaalbeeld, zo herhaalt Van Eekelen zijn standpunt. “En gelukkig raken de verenigingen daar ook steeds meer van overtuigd.” Eerder bleek dat niet álle clubs van dat idee gecharmeerd zijn. “Dan hebben we geen dwangmiddel”, erkent Van Eekelen.

Het college overweegt ook serieus sportaccommodaties te verzelfstandigen: bedrijven of de clubs zelf zouden die dan in bezit krijgen, maar eveneens zelf verantwoordelijk worden voor het onderhoud. In bouw en onderhoud van faciliteiten zit verreweg het grootste deel van het gemeentelijk sportbudget. Het verenigingsleven heeft ook wat te vertellen over waar de klappen vallen, vindt de gemeente. Eind september mochten de clubs dan ook meepraten tijdens een conferentie. In april volgt nog zo’n bijeenkomst. Later dit voorjaar buigt de gemeenteraad zich over het sportbeleid. Vóór de zomer moet de raad over alle bezuinigingsmaatregelen beslissen.

Het oorspronkelijke artikel is afkomstig van: BN/DeStem.