Daarna kwam er een periode met twee jaar Theo Zuidema en weer twee jaar Kees van Loon. Na een jaartje ons aller Martien van Leeuwen nam ik het stokje weer over en bleef vanaf 1987 zes jaar lang voorzitter van onze geweldige club tot 1993. Die periode kenmerkte zich door een grote mate van stabiliteit. Het aardige was dat ik het eerste jaar samenwerkte met Marielle, die later mijn vrouw werd. Ik heb dus heel veel aan The Flying Shuttle ’57 te danken.

Als DB-lidmocht ik werken met de betreurde Veronique Hopmans en René Bouterse, maar vooral werkte ik drie nieuwe mensen in, die later tot in lengte van jaren voor het bestuur en de vereniging belangrijk waren namelijk Andries Lancel, Ankie de Laet en Wilfried Willemen. Andries kwam bij ons dankzij zijn dochter Yordy. Zij was een talent en als je talentvol was dan moest je naar The Flying Shuttle ’57, dat was alom bekend. Pa ging mee, stapte in de jeugdcommissie en werd na mij 4 jaar lang de voorzitter van onze club.

Ankie kaapten we weg bij BBV en daar hebben ze nu nog spijt van. Want 12 jaar lang heeft Ankie onze centen bestierd. Vergaderingen lang hebben we haar bedes moeten aanhoren om weer een nieuwe betalingsregeling in te voeren, of de vraag hoe we van een wanbetaler toch de centen konden innen. Jarenlang heeft ze iedereen bestookt met telefoontjes, aanmaningen en rekeningen. En ieder jaar kwamen we er weer perfect uit, dankzij haar verbale inspanningen, die soms de vergaderingen ook wel eens wat onnodig lang maakten.

Wilfried kwam binnen als recreantje, een groep die toen al jaren een belangrijke inbreng had binnen de club. Hij was rustig, werkte keihard, had een hart voor de club, maar oh oh oh, wat is hij gegroeid. Van het bedeesde manneke is hij geworden tot een inspirerende leidsman, die ons zeer kundig voert tot West-Brabants grootste en belangrijkste club, maar ons ook met veel enthousiasme voorgaat in het jubileumjaar.

De jaarvergadering
Wat mij opviel was dat er een cultuur ontstond en ik ben daar schuldig aan, om een compleet overzicht te maken van alles wat er in zo’n jaar gebeurde. Waren het in de eerste jaren nog boekjes van enkele bladzijden, in 1993 bestond het jaar vergaderboekje uit 35 bladzijden. Natuurlijk was de jaarvergadering een ritueel. Het moest gespeeld worden en de uitkomst stond van te voren vast.

  • 1. Er waren altijd te weinig leden aanwezig (vaak niet meer dan 20 van de 200).
  • 2. De eerste onderdelen moesten in snel tempo af gewerkt worden.
  • 3. Interessant werd het pas bij het financieel verslag, waar altijd wel wat over te vragen was.
  • 4. Leuk werd het bij de uitreiking van de Knoedelprijs (een product van Johan van Eekelen).
  • 5. Pijnlijk werd het bij de verkiezing van bestuursleden, want er bleven altijd vacatures.
  • 6. En als er dan toch enige spanning was kwam die bij de begroting, want om de zoveel jaar moesten we natuurlijk de contributie verhogen.
  • 7. De rondvraag was het slotstuk. Iedereen wilde het café in maar er waren altijd betrokken leden die iets wilden vragen of opperen. Het standaard antwoord was dan altijd: we zullen er naar kijken.
  • 8. En dan was er de nazit in ’t Hoefke, waarbij ik traditioneel enkele guldens in de gokkast gooide omdat ik daar ooit een keer tien gulden gewonnen had.

De interland
Bij het 30-jarig bestaan van de vereniging in 1987, gelijkvallend met de viering van Bergen op Zoom 700 jaar Heerlijkheid wilden we een interland organiseren. Er werden contacten gelegd met het Bondsbureau en jawel. Een interland kon alleen maar als we dat deden voor de Open Nederlandse Kampioenschappen. De spelers kwamen dan toch al richting Nederland. Engeland was de tegenstander. Johan ging de spelers met een busje persoonlijk afhalen van Schiphol. Meteen werden ze gevoerd naar het gemeentehuis waar we een ontvangst hadden geregeld door de burgemeester, ik geloof Pieter Zevenbergen. Groot was onze verbazing toen er een groepje onwennige Engelse tieners uitstapte, die nog nooit zoiets hadden meegemaakt. Het Nederlandse team was ervaren met onder andere Eline Coene. Ze wonnen dan ook met 6-1. De sporthal Gageldonk was afgeladen en er was een heuse harmonie die de volksliederen speelde. Het Bondsbureau was zeer tevreden en heeft ons later nog vaak gevraagd onze kennis en draaiboek over te dragen.

Trainers
The Flying Shuttle ’57 heeft altijd een goede neus gehad voor trainers. Met het stijgen van het spelniveau moesten er ook beter gekwalificeerde trainers komen. Geen A-, geen B-, maar C-trainers. En daar hing een kostenplaatje aan. Zo kwamen we ook aan Koos den Hollander een man uit het Zeeuwse. Koos had uitgesproken ideeën. Niet alleen over badminton, maar ook over discipline, de jeugd, alle maatschappelijke problemen en over geld.

Voor het begeleiden van het 1e team op zondag wilde en kreeg hij 660 gulden. Bovendien bedong hij een extra trainingsmoment op de dinsdag. Koos woonde in St. Laurens en iedere keer als ik daar doorheen rijd moet ik denken aan Koos, een bijzondere man. Koos was ook de uitvinder van het trainingsweekend. Twee tot drie dagen op een kazernecomplex je helemaal afbeulen. Een goede mix tussen sport en ontspanning. Goed voor je lijf en de teambuilding.

Gelukkig konden we ook veel trainers binnen de vereniging opleiden. Heel snel liep het aantal A-trainers binnen de vereniging op en steeg het niveau direct in alle geledingen.

Jeugdweekend
In 1988 organiseerde de jeugdcommissie voor het eerst een jeugdweekend. Gekozen werd voor het Ossekopke, waar wij met onze school al enige ervaring hadden. We reden op zaterdagmorgen vroeg weg en waren op zondagmiddag weer terug. Allerlei thema’s werden uit de kast gehaald van landen tot Indianen. De catering gebeurde door enkele volwassenen zelf en ’s avonds was er natuurlijk de onvolprezen Bonte Avond en het nachtspel. En ja… slapen deden ze soms ook. Hoeveel kinderen hebben deze dolle pret niet meegemaakt. Er zijn er zelfs die van deelnemer organisator zijn geworden.

Recreantencontributie
Jarenlang hebben we de signalen aangehoord van de recreanten, dat ze niet genoeg terugkregen van hun contributie; dat zij bijdroegen aan de kosten van de wedstrijdspelers; dat er verschillende contributies moesten komen. Heel wat keren hebben we die signalen meegenomen naar districtvergaderingen in Tilburg bij de Harmonie of Boerke Mutsaers of zelfs meegenomen naar de Algemene jaarvergadering in Amsterdam. Maar die organen kenden ook de truc van de jaarvergaderingen: we nemen het mee en zullen erop terugkomen. Het is er landelijk nooit van gekomen.

Kascommissie
Het prachtigste fenomeen in een vereniging is de kascommissie. We hebben ze in alle soorten en maten gehad. Van de pieterpeuter die alle bonnetjes wilde zien tot het lid, wat gewoon geen tijd had en het allemaal goed vond. Van een commissie die met hele zinnige en goede adviezen kwam over het financieel beleid tot mensen die zich helemaal wilden profileren in de vereniging. Niet zelden kwamen uit de kascommissie toekomstige penningmeesters voort. Maar gezellig was het altijd. Het eindigde altijd wel met een pilsje en het bekende papiertje met de standaardtekst: wij adviseren om de penningmeester te dechargeren.

Voorzitters
The Flying Shuttle ’57 heeft in zijn 50 jarig bestaan 12 voorzitters gehad. Dat betekent dat iedere voorzitter gemiddeld zo’n 4 jaar "zat". Ik mocht de vereniging 9 jaar dienen, Kees van Loon en Willem van der Neut ieder 6 jaar en Wilfried Willemen en Fons Broekhoven zo’n 5 jaar.

Voorzitter zijn is een geweldige baan. Je enthousiasmeert een team en als je het goed organiseert hoef je zelf niks te doen. Je bent het gezicht van de club en staat altijd in de belangstelling. Je hebt een heerlijke tijdbesteding want je bent overal bij. Je moet knopen doorhakken, pijnlijke beslissingen nemen, rekening houden dat je met vrijwilligers werkt en soms wat gaten dichten. En je doet het bij voorbaat nooit perfect, want kritiek is er altijd. Pas als je klaar bent met je job komt de waardering. Het waren mooie jaren die 9 jaar voorzitterschap. En je kunt dat alleen maar doen als je een goed team mag leiden. En goede teams zijn er altijd geweest, niet alleen op wedstrijdniveau, op recreatieniveau, op jeugdniveau, op trainingsniveau, maar zeker ook op bestuursniveau. Ik wens The Flying Shuttle ’57 een hele goede en vruchtbare periode toe.